ECLI:NL:CRVB:2016:771
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Budgetgarantie persoonsgebonden budget bij uitbreiding AWBZ-zorg niet terecht vervallen
Appellant, curator van zijn meerderjarige dochter met een verstandelijke handicap, maakte bezwaar tegen het besluit van het Zorgkantoor waarin de budgetgarantie voor het persoonsgebonden budget (pgb) per 17 januari 2013 werd vervallen verklaard na uitbreiding van de AWBZ-zorg.
De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Zorgkantoor ten onrechte het garantiebedrag heeft laten vervallen. De Raad baseert zich op artikel 2.6.6a van de Regeling subsidies AWBZ, waarin is bepaald dat de budgetgarantie alleen mag worden verminderd als het nieuwe pgb lager is dan het pgb van 2012.
In deze zaak leidde de uitbreiding van de zorg juist tot een hoger pgb dan in 2012, zodat de budgetgarantie niet mocht worden verminderd. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en kent een pgb toe van € 71.183,74 voor 2013.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Zorgkantoor in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het Zorgkantoor moet een pgb van € 71.183,74 toekennen voor 2013.