ECLI:NL:CRVB:2016:797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs inkomsten uit tatoeageactiviteiten
Appellante ontving sinds 2010 bijstand en werd in 2014 de bijstand ingetrokken vanwege vermeende oncontroleerbare inkomsten uit het zetten van tatoeages en piercings. Na meerdere aanvragen om bijstand en onderzoeken, waaronder huisbezoeken en een internetonderzoek naar haar Facebook-account, wees het college haar aanvraag af omdat zij geen inzicht gaf in haar inkomsten uit deze activiteiten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij gestopt was met het zetten van tatoeages en piercings en dat er geen bewijs was van inkomsten uit deze activiteiten in de beoordelingsperiode. De Raad concludeerde dat het college onvoldoende feitelijke grondslag had voor het besluit, mede omdat tijdens huisbezoeken geen bedrijfsmiddelen werden aangetroffen en het Facebookonderzoek geen aanwijzingen gaf dat zij in de beoordelingsperiode nog actief was.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.