ECLI:NL:CRVB:2015:2391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand sinds 2005 en verrichtte zonder melding werkzaamheden als schoonheidsspecialiste, wat leidde tot een onderzoek en intrekking van haar bijstand met terugvordering van €87.143,56. Tevens werd een boete van €64.840 opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank had de boete verlaagd naar €3.180 wegens disproportionaliteit, maar verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond. Appellante voerde aan dat zij niet betaald werd en dat de boete haar niet te verwijten was, wat door de Raad werd verworpen.
De Raad oordeelde dat appellante opzettelijk de inlichtingenverplichting schond door haar werkzaamheden en inkomsten niet te melden, ondanks kennis van haar verplichtingen. Het overgangsrecht en het toepasselijke boeterecht werden uitgebreid besproken, waarbij het Boetebesluit per 1 januari 2013 van toepassing werd geacht.
De Raad bevestigde de boete van €3.180 als evenredig en wees de nieuwe bijstandsaanvraag af wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoefte. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand en de boete van €3.180 worden bevestigd; de nieuwe aanvraag om bijstand wordt afgewezen.