ECLI:NL:CRVB:2016:805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten voor de jaren 2012 en 2013. De minister voerde een onderzoek uit naar haar woonsituatie vanwege vermoedens dat zij niet daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. Het huisbezoek en het rapport toonden een gering aantal persoonlijke eigendommen van appellante aan op het adres, wat leidde tot herziening van de studiefinanciering en terugvordering van €4.626,48.
De rechtbank oordeelde dat de bevindingen van het onderzoek een toereikende feitelijke grondslag boden om appellante als thuiswonend te classificeren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij tijdelijk elders verbleef vanwege een verbouwing en dat persoonlijke spullen elders waren ondergebracht, maar de Raad vond dit onvoldoende om het ontbreken van persoonlijke eigendommen te verklaren.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het rapport van de controleurs voldoende feitelijke grondslag bood voor de herziening. De verklaring van de buren en overgelegde salarisstroken waren onvoldoende om de conclusie te weerleggen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de studiefinanciering wordt bevestigd.