ECLI:NL:CRVB:2016:810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens onjuiste besteding
Appellante kreeg een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor de periode april tot en met november 2010. Het Zorgkantoor stelde later vast dat niet het volledige bedrag conform de voorwaarden was besteed en vorderde een groot deel terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor correcte besteding ook bij uitbesteding aan derden bij de budgethouder blijft liggen.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij het toekenningsbesluit niet had ontvangen en dat haar ouders niet op de hoogte waren van de verplichtingen, waardoor zij ten onrechte werd aangesproken. De Raad oordeelde dat appellante wel op de hoogte moest zijn geweest van de verplichtingen, onder meer door informatie van het CIZ en de informatiemap bij de aanvraag.
Verder kon appellante niet aannemelijk maken dat er meer zorg was geleverd dan het geaccepteerde bedrag of dat haar ouders door psychische omstandigheden niet verantwoordelijk konden worden gehouden. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het pgb wegens onjuiste besteding en wijst het hoger beroep af.