ECLI:NL:CRVB:2016:812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering studiefinanciering wegens niet-thuiswonende situatie
Appellant ontving vanaf juli 2012 studiefinanciering als uitwonende student, terwijl hij volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) was ingeschreven op een adres waar ook familieleden woonden. Een ministerieel onderzoek naar de feitelijke woonsituatie concludeerde dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde, wat leidde tot herziening van de studiefinanciering en terugvordering van te veel betaalde bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de onderzoeksgegevens voldoende waren om te concluderen dat appellant niet op het GBA-adres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk op het adres verbleef, met onderbouwing van slaapplaatsen, pintransacties voor huurbetalingen en poststukken, maar de Raad oordeelde dat deze feiten onvoldoende waren om twijfel te zaaien over de bevindingen van het onderzoek.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van de woonplaats moet plaatsvinden aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De afwezigheid van persoonlijke spullen, het ontbreken van een huurovereenkomst en de ongeloofwaardigheid van verklaringen over vakantie en administratie leidden tot bevestiging van het besluit van de minister. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van studiefinanciering bevestigd.