ECLI:NL:CRVB:2016:829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor laatst verrichte arbeid als lasser
Appellant was werkzaam als lasser en meldde zich ziek met rug- en schouderklachten vanaf 8 oktober 2012. Na diverse medische onderzoeken werd hij per 25 november 2013 geschikt geacht voor zijn laatst verrichte arbeid. Het UWV beëindigde daarop zijn Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege rugpijn en somberheid niet kon werken. De Raad volgde de rechtbank en het UWV in de conclusie dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant onvoldoende waren onderbouwd om ongeschiktheid aan te nemen.
De medische stukken die appellant in hoger beroep aanvoerde, hadden geen betrekking op de relevante datum en bevatten geen bewijs van psychische beperkingen. De Raad concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn functie en bevestigde het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij geschikt is voor zijn laatst verrichte arbeid als lasser.