ECLI:NL:CRVB:2016:837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 35% tot 80%
Appellante is sinds 25 oktober 2011 arbeidsongeschikt voor haar functie als maatschappelijk werkster. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat zij per 22 oktober 2013 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,17%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet wegens psychische klachten uit dienst is getreden, maar vanwege een arbeidsconflict, en dat de rechtbank ten onrechte de bevindingen van haar behandelaar en psychiater buiten beschouwing heeft gelaten. De Raad oordeelde dat de medische stukken geen aanwijzingen bevatten voor beperkingen die afwijken van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat de verzekeringsarts terecht zijn eigen oordeel heeft gebruikt zonder nader overleg met de behandelend psychiater.
Verder overwoog de Raad dat het UWV bij de beoordeling na de wachttijd van 104 weken moet uitgaan van de actuele mogelijkheden en beperkingen en niet van een mogelijke toekomstige verbetering. De arbeidskundige selectie van voorbeeldfuncties was medisch passend. Gezien deze overwegingen kon het hoger beroep niet slagen en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV tot toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,17%.