ECLI:NL:CRVB:2016:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.H. Bangma
- K.J. Kraan
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens duurzaam verstoorde arbeidsverhouding en beoordeling ontslagregeling
Appellant was sinds 2001 werkzaam bij de gemeente en de arbeidsverhouding met het college was duurzaam verstoord door een opeenstapeling van conflicten en gedragingen van appellant die niet strookten met de werkcultuur. Het college verleende op grond van artikel 8:8 CAR Pro/UWO ontslag met een ontslagregeling bestaande uit een aanvullende Nederlandse uitkering en een plusvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat het ontslag gerechtvaardigd was en bepaalde de plusvergoeding op 65-80% aandeel van het college. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de arbeidsverhouding niet duurzaam verstoord was en dat zijn Duitse werkloosheidsuitkering aangevuld moest worden tot het Nederlandse niveau, alsmede dat de plusvergoeding hoger moest zijn.
De Raad oordeelde dat de gedragingen van appellant, waaronder het onaanvaardbaar bejegenen van een externe relatie en het beschuldigen van een collega van plichtenverzuim, een structureel afwijkende houding tonen die de verstoorde verhouding rechtvaardigen. Ook de verklaringen van leidinggevenden en collega’s ondersteunen dit beeld.
De Raad vond geen grond om de Duitse werkloosheidsuitkering aan te vullen en achtte de bandbreedte van 65-80% voor de plusvergoeding passend. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ontslag met de vastgestelde ontslagregeling wordt bevestigd.