ECLI:NL:CRVB:2015:3165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire sanctie wegens plichtsverzuim en onheuse bejegening collega
Appellant, woonachtig in Duitsland en werkzaam bij een Nederlandse gemeente, werd door het college van burgemeester en wethouders gesanctioneerd wegens plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het verzenden van een e-mail aan alle medewerkers waarin een collega op grievende wijze werd aangevallen. Het college legde een schriftelijke berisping en inhouding van een half maandsalaris op.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en de sancties niet onevenredig. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zich niet verplicht kon voelen om zich bij ziekte in Nederland te laten controleren vanwege zijn woonplaats in Duitsland en dat de sancties disproportioneel waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzenden van de e-mail als plichtsverzuim moet worden aangemerkt vanwege de grievende inhoud en het betrekken van een individuele collega. Het college was bevoegd tot het opleggen van disciplinaire sancties, die niet onevenredig waren gezien ook eerdere plichtsverzuimgevallen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de disciplinaire sanctie van schriftelijke berisping en inhouding van een half maandsalaris wegens plichtsverzuim.