ECLI:NL:CRVB:2016:85
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid administratief medewerkster
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster voor 16 uur per week en meldde zich op 6 februari 2013 ziek vanwege psychische klachten. Na medisch onderzoek verklaarde een verzekeringsarts haar per 19 november 2013 arbeidsgeschikt voor haar functie. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering met ingang van die datum. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit eveneens ongegrond. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en volledigheid van het medisch onderzoek en de conclusie van de verzekeringsarts. De klachten van appellante, waaronder concentratie- en slaapproblemen, waren reeds bekend en meegenomen in de beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen nieuwe medische informatie aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante geschikt is voor haar werk als administratief medewerkster voor 16 uur per week vanaf 19 november 2013. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.