ECLI:NL:CRVB:2016:869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- G. van Zeben-de Vries
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering wegens misleiding medisch onderzoek
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering vanwege lichamelijke klachten. In 2007 werd op basis van een medisch onderzoek een voorschot op een hogere WAO-uitkering toegekend wegens vermeende ernstige psychische klachten. Latere onderzoeken en rapporten, waaronder van verzekeringsartsen en een psychiater, wezen echter uit dat appellant nooit aan een ernstige psychotische depressie heeft geleden en dat de psychische klachten onvoldoende medisch onderbouwd waren.
Het UWV stelde dat appellant de verzekeringsarts in 2007 bewust heeft misleid door onjuiste informatie te verstrekken over zijn psychische toestand, wat leidde tot een onterechte toekenning van een hogere uitkering. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er voldoende aanwijzingen zijn dat appellant niet aan de gestelde psychische aandoening leed. Ook werd vastgesteld dat appellant vanaf 2007 geschikt was voor gangbare arbeid binnen zijn fysieke beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het besluit van het UWV tot herziening van de uitkering en de terugvordering van het te veel betaalde bedrag. De Raad vond geen aanleiding voor een psychiatrische expertise en verwierp de bezwaren van appellant, die onvoldoende medische onderbouwing leverde voor zijn psychische klachten. Tevens werd het arbeidskundig oordeel dat appellant belastbaar was, gevolgd.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van de WAO-uitkering worden bevestigd wegens misleiding van de verzekeringsarts door appellant.