ECLI:NL:CRVB:2016:88
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet tijdig arbeidsongeschikt
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering nadat zij zich in augustus 2012 ziek meldde vanwege psychische klachten en later werd opgenomen op een PAAZ. Het UWV wees de aanvraag af omdat de arbeidsongeschiktheid volgens hen op 23 augustus 2012 begon, na het bereiken van de 17-jarige leeftijd van appellante.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond en stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 23 augustus 2012, omdat er geen objectieve medische gegevens waren die een eerdere datum konden ondersteunen. Appellante stelde in hoger beroep dat een deskundige benoemd had moeten worden en dat zij al eerder klachten had die haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische stukken onvoldoende aanknopingspunten boden voor een eerdere arbeidsongeschiktheidsdatum en dat de verzekeringsartsen hun standpunt goed onderbouwden. Er was geen reden om een deskundige te benoemen en de stelling van appellante over de objectiviteit van de verzekeringsarts werd niet gevolgd.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarmee de weigering van de Wajong-uitkering stand hield.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid pas na de 17e verjaardag van appellante is vastgesteld.