ECLI:NL:CRVB:2016:899
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum AIO-uitkering bij verwijtbare latere aanvraag
Appellante ontving vanaf 1 februari 2008 een onvolledig AOW-pensioen en een AIO-aanvulling. Na intrekking van de AIO-aanvulling per 10 november 2011 wegens verblijf buiten Nederland, diende zij op 3 februari 2014 een nieuwe aanvraag in. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende de AIO-aanvulling toe met ingang van deze datum, niet eerder.
Appellante stelde dat de toekenning per 20 december 2013 had moeten plaatsvinden, de datum waarop zij aanvullende gronden tegen de intrekking had ingediend. De Raad oordeelde dat deze gronden niet als een aanvraag konden worden beschouwd. De Svb had appellante immers verzocht een aanvraagformulier in te dienen, dat pas op 3 februari 2014 werd ontvangen.
Omdat appellante het formulier niet zo spoedig mogelijk na de melding had ingediend en geen geldige reden had gegeven voor de vertraging, mocht de Svb de AIO-aanvulling vanaf de datum van ontvangst van het formulier toekennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De AIO-aanvulling wordt toegekend vanaf 3 februari 2014, de datum van de daadwerkelijke aanvraag.