ECLI:NL:CRVB:2016:901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hogere toeslag bij bijstand wegens onvoldoende onderbouwing gedeelde woonkosten
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en kreeg een gemeentelijke toeslag van 10% omdat hij woonde bij zijn moeder en de kosten van het bestaan kon delen. Hij verzocht om een hogere toeslag van 20%, stellende dat zijn moeder een gering inkomen had en de woonkosten niet kon delen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet aannemelijk maakte dat de woonkosten niet gedeeld konden worden. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de enkele niet onderbouwde stelling van appellant onvoldoende is om de toeslag afwijkend vast te stellen. Er is onvoldoende duidelijkheid over de inkomsten van de moeder en of zij geen andere inkomsten had.
Ook heeft appellant niet aangetoond dat zijn bijstandsuitkering en de toeslag van 10% niet toereikend waren voor de noodzakelijke kosten van het bestaan. Daarom slaagt het hoger beroep niet en wordt de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toeslag blijft vastgesteld op 10%.