ECLI:NL:CRVB:2016:921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van de Kade
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herhaalde aanvraag kinderbijslag en terugwerkende kracht
Appellant, met de Marokkaanse nationaliteit, had in het verleden recht op een uitkering ingevolge de WAO en diende een aanvraag kinderbijslag in. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende kinderbijslag toe met terugwerkende kracht vanaf het vierde kwartaal van 1997, maar stelde dat verdergaande terugwerkende kracht niet mogelijk was.
Na een herhaalde aanvraag in 2013 handhaafde de Svb het eerdere besluit en wees een verzoek tot terugkomen op het besluit af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een herziening rechtvaardigen.
In hoger beroep stelde appellant dat de toekenning van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht ook recht gaf op verdere terugwerkende kracht voor kinderbijslag. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd is een herhaald verzoek te beoordelen, maar de toetsing beperkt moet blijven tot nieuwe feiten of omstandigheden. Omdat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd, bevestigde de Raad het eerdere oordeel en het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen verdere terugwerkende kracht wordt toegekend en verklaart het beroep ongegrond.