ECLI:NL:CRVB:2014:724
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens collagene colitis
Appellante was voorheen arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering die in 1997 werd ingetrokken na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. In 2010 verzocht zij het UWV terug te komen op dit besluit vanwege de diagnose collagene colitis, een ziekte die zij als nieuw feit aanvoerde. Het UWV wees dit verzoek af omdat er volgens hen geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot herziening leidden. De rechtbank vernietigde het afwijzingsbesluit wegens ondeugdelijke motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellante dat de ernst van haar darmziekte destijds onvoldoende was onderkend en dat zij door onderbehandeling onterecht als arbeidsgeschikt werd beschouwd. Zij overhandigde nieuwe medische stukken ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de diagnose collagene colitis inderdaad een nieuw feit is, maar dat het UWV voldoende zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen door de ziekte destijds niet zodanig waren dat appellante niet kon werken, al was een werkplek nabij een toilet gewenst.
De Raad vond geen reden om het oordeel van het UWV te verwerpen en bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om terug te komen van het intrekkingsbesluit van haar WAO-uitkering wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.