ECLI:NL:CRVB:2016:927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV omtrent een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel aan zijn bezwaren tegemoetkwam, trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad beoordeelde alleen de in hoger beroep gemaakte kosten, aangezien de rechtbank reeds proceskosten had toegewezen. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van €3.304,74 aan proceskosten, bestaande uit rechtsbijstand, medische advisering en reiskosten.
Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden. De totale duur van de procedure bedroeg bijna zes jaar, waarbij het hoger beroep alleen al bijna vijf jaar duurde. De Staat werd veroordeeld tot betaling van €2.000 schadevergoeding wegens deze overschrijding.
De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Schuttel, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege bleef met instemming van partijen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.304,74 en de Staat tot betaling van €2.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.