Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 november 2014.
Centrale Raad van Beroep
Appellant is sinds 7 februari 2007 wegens lichamelijke en psychische klachten arbeidsongeschikt. Het UWV beëindigde de loongerelateerde WGA-uitkering per 21 juni 2010 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank oordeelde dat het UWV een tweede hoorzitting had moeten houden, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege definitieve geschilbeslechting.
In hoger beroep betwist appellant deze beslissing en de medische grondslag van het besluit. De Raad benoemde twee psychiaters die een aanvullend onderzoek deden en beperkingen adviseerden op meerdere beoordelingspunten van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep erkende slechts enkele beperkingen en baseerde zich op de invulinstructie van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
De Raad concludeert dat de motivering van de verzekeringsarts onvoldoende is en volgt de deskundigen die aanvullende beperkingen adviseren. Het bestreden besluit berust daardoor niet op een juiste medische grondslag. De Raad draagt het UWV op het gebrek te herstellen door een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen binnen zes weken. Een longarts wordt voorlopig niet benoemd omdat de bestaande beperkingen voldoende zijn.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het gebrek in het bestreden besluit te herstellen door de medische grondslag aan te passen en een nieuwe beslissing te nemen.