ECLI:NL:CRVB:2016:929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV omtrent een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het UWV aan zijn bezwaren tegemoetkwam, trok appellant het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad beoordeelde dat het UWV de proceskosten van appellant voor de behandeling van het hoger beroep moest vergoeden, begroot op €3.304,74, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand, medische adviezen en reiskosten. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden, aangezien de totale duur van het hoger beroep bijna vijf jaar bedroeg.
De overschrijding van de redelijke termijn werd toegerekend aan de Staat, waarop een schadevergoeding van €2.000,- werd toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter J.W. Schuttel, waarbij de griffier M.D.F. de Moor aanwezig was.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.