ECLI:NL:CRVB:2016:942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G.M.G. Hink
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven en onvoldoende inzicht in inkomsten echtgenoot
Betrokkene ontving bijstand samen met haar echtgenoot tot januari 2013, waarna zij bijstand kreeg als alleenstaande ouder. Het college trok de bijstand in omdat betrokkene niet duurzaam gescheiden leefde en de inkomsten van haar echtgenoot niet inzichtelijk waren gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen de intrekking gegrond, maar de Raad vernietigt dit en verklaart het beroep ongegrond. De Raad oordeelt dat betrokkene en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden, waardoor geen recht op bijstand voor alleenstaande ouder bestond.
Verder werd een aanvraag om bijstand afgewezen wegens onvoldoende informatie over de werkzaamheden en inkomsten van de echtgenoot. De Raad bevestigt deze afwijzing en de herziening met terugvordering van teveel betaalde bijstand wegens het niet melden van werkzaamheden van de echtgenoot op de markt.
De Raad concludeert dat betrokkene onvoldoende inzicht heeft gegeven in de financiële situatie en dat de verklaringen van getuigen en marktmeester voldoende bewijs leveren dat de echtgenoot werkzaamheden verrichtte. De eerdere uitspraak wordt deels vernietigd en deels bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag en terugvordering worden bevestigd.