ECLI:NL:CRVB:2016:944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken tijdige schriftelijke machtiging
Deze uitspraak betreft het incidenteel hoger beroep ingesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Het incidenteel hoger beroep is behandeld door de Centrale Raad van Beroep op 17 maart 2016.
De Raad heeft overwogen dat de schriftelijke machtiging, vereist op grond van artikel 8:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet tijdig is ingediend door appellante. Er kon niet redelijkerwijs worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was geweest. Dit leidde tot de niet-ontvankelijkheid van het incidenteel hoger beroep.
Verder is op grond van artikel 8:111, eerste lid, aanhef en onder c, Awb vastgesteld dat indien het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens onbevoegdheid van degene die het hoger beroep instelde, ook het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk is. De wetsgeschiedenis ondersteunt deze uitleg.
Ten slotte heeft de Raad geoordeeld dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier C. Moustaïne.
Uitkomst: Het incidenteel hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdige schriftelijke machtiging.