ECLI:NL:CRVB:2016:945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdige machtiging in hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV en ging in beroep bij de rechtbank. De rechtbank wees het beroep af. Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de vereiste schriftelijke machtiging niet tijdig was ingediend.
Appellante deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en gaf aan dat de niet-tijdige indiening het gevolg was van een samenloop van omstandigheden. De Raad stelde vast dat dit geen reden was om het eerdere oordeel te herzien en verklaarde het verzet ongegrond.
Daarnaast wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat het hoger beroep niet-ontvankelijk was. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 maart 2016.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van de machtiging, en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.