ECLI:NL:CRVB:2016:958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verband psychische klachten met militaire dienst afgewezen
Appellant, militair uitgezonden naar Kosovo en Bosnië, verzocht in 2009 om een invaliditeitspensioen wegens psychische klachten. De Minister van Defensie wees dit verzoek af omdat geen verband met de militaire dienst kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep overwoog de Raad dat het medisch onderzoek, inclusief een rapport van een door de Raad benoemde deskundige psychiater, onvoldoende bewijs leverde voor een oorzakelijk verband tussen de klachten en de uitzendingen. De deskundige concludeerde dat de klachten beter te classificeren zijn als een aanpassingsstoornis en een persistente depressieve stoornis, zonder oorzakelijk verband met de militaire dienst.
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en verwierp het rapport van een door appellant geraadpleegde psychiater die een posttraumatische stressstoornis stelde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om invaliditeitspensioen afgewezen wegens ontbreken van verband met militaire dienst.