Verzoeker heeft in 2014 een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak van de Raad van 4 augustus 1992, waarin de ontvankelijkheid van een beroep wegens termijnoverschrijding werd beoordeeld. Verzoeker baseerde zijn verzoek op een eerdere uitspraak uit 1974 die hij recentelijk had leren kennen.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) betoogde dat deze eerdere uitspraak niet als nieuw feit kon gelden omdat deze reeds bekend was in 1992. De Raad oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat het niet gebaseerd was op feiten of omstandigheden die voor de oorspronkelijke uitspraak onbekend en niet redelijkerwijs bekend konden zijn geweest.
De Raad bevestigde dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de uitspraak te openen zonder nieuwe feiten. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder toekenning van proceskosten.