ECLI:NL:CRVB:2014:319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WAO-uitkeringsbesluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van uitspraken uit 2010 en 2013 waarin haar WAO-uitkering werd ingetrokken en gehandhaafd. Zij baseerde haar verzoek op een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2013, waarin zij werd vrijgesproken van het niet tijdig verstrekken van gegevens aan het UWV.
De Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar bij de indiener niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het hofarrest was echter gewezen na de eerdere uitspraken van de Raad en bevatte geen nieuwe feiten die niet al waren betrokken in de eerdere beoordeling.
Hoewel nieuwe getuigenverklaringen werden aangevoerd, bleek dat deze verklaringen reeds in eerdere procedures waren betrokken of niet door het hof waren gebruikt voor de vrijspraak. Daarom kon het verzoek om herziening niet worden toegewezen.
De Raad wees het verzoek om herziening af en oordeelde dat er geen grond was voor een schadevergoeding of proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 5 februari 2014.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van eerdere uitspraken inzake de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.