ECLI:NL:CRVB:2016:965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vaststelling arbeidsongeschiktheid en afwijzing hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 74,47% met ingang van 28 augustus 2013. Zij voerde aan dat het UWV ten onrechte een te lage vergoeding van bezwaarkosten had vastgesteld, onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie en dat zij door ernstige ademnood volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, onder meer omdat het UWV een kennelijke verschrijving inzake de bezwaarkosten had erkend en het juiste bedrag zou vergoeden. Tevens was geoordeeld dat het rapport van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige voldoende onderbouwing boden voor de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling, de Raad achtte de medische en arbeidskundige grondslag deugdelijk. Ook was geen proceskostenveroordeling op zijn plaats. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.