ECLI:NL:CRVB:2016:971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugkomen van weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om terug te komen van het besluit van 6 augustus 2003 waarin zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering werd geweigerd omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Het UWV wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had gesteld zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het oorspronkelijke besluit nooit had ontvangen en dat zijn brief van 15 januari 2013 als een bezwaarschrift had moeten worden opgevat. Tevens voerde hij aan dat er nieuwe medische diagnoses waren die onvoldoende in 2003 waren meegewogen en dat hij later als 80-100% arbeidsongeschikt was beoordeeld op grond van de WAZ.
De Raad oordeelde dat appellant sinds 2003 geen actie had ondernomen en dat het verzoek van 2013 als een verzoek tot terugkomen van het eerdere besluit moest worden gezien. De aangevoerde nieuwe feiten waren grotendeels al in 2003 bekend of hadden toen ingebracht kunnen worden. De latere WAZ-beoordeling betrof een andere periode en was daarom niet relevant. De Raad vond geen aanleiding voor nader onderzoek of benoeming van een deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak dat het verzoek terecht was afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van de weigering tot toekenning van een Wajong-uitkering wordt afgewezen.