ECLI:NL:CRVB:2016:989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid na zwangerschap
Appellante was werkzaam als zorgverlener en ontving een Ziektewetuitkering wegens rug- en vermoeidheidsklachten na haar zwangerschap. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat zij per 14 oktober 2013 geschikt was voor haar eigen arbeid en beëindigde de uitkering.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd, omdat er geen objectief medisch bewijs was voor ongeschiktheid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de rechtbank niet alle feiten had meegewogen, waaronder een second opinion en medische behandelingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening. De Raad wees het verzoek tot aanhouding af en bevestigde de beëindiging van de ZW-uitkering per 14 oktober 2013.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht per 14 oktober 2013 beëindigd wegens geschiktheid voor haar eigen arbeid.