ECLI:NL:CRVB:2016:99
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm na huisbezoek en verklaring hoofdbewoonster
Appellant ontving studiefinanciering volgens de uitwonende norm voor 2012 en 2013. Na een huisbezoek door controleurs en een verklaring van de hoofdbewoonster werd vastgesteld dat appellant feitelijk thuiswonend was. De minister herzag daarop de studiefinanciering met terugwerkende kracht en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de verklaring van de hoofdbewoonster betrouwbaar was ondanks haar vermeende matige taalbeheersing. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de verklaring niet als bewijs mocht dienen zonder tolk en dat hij bewijsstukken overlegde waaruit zijn woonsituatie bleek.
De Raad onderschreef de rechtbank en oordeelde dat de verklaring van de hoofdbewoonster betrouwbaar was, dat het wettelijke vermoeden van artikel 9.9 Wsf 2000 op appellant rustte, en dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende overtuigend waren om het vermoeden te weerleggen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van studiefinanciering naar de thuiswonende norm en de terugvordering van te veel betaalde bedragen.