ECLI:NL:CRVB:2017:1045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering studiefinanciering wegens leeftijdsgrens en afwijzing hardheidsclausule
Appellant vroeg op 28 mei 2015 studiefinanciering aan op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De minister wees de aanvraag af omdat appellant op de dag dat het recht op studiefinanciering zou kunnen ingaan, de leeftijd van 30 jaar had bereikt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Limburg bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de leeftijdsgrens van 30 jaar volgens artikel 2.3, derde lid, Wsf 2000 niet kan worden overschreden. Ook wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af, omdat geen bijzondere persoonlijke omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigen. De toekomstige regeling voor leningen tot 55 jaar was nog niet van kracht en kon niet worden toegepast.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege het leenstelsel en zijn financiële situatie toch in aanmerking zou moeten komen voor studiefinanciering op grond van de hardheidsclausule. De Raad oordeelde echter dat de minister op grond van de wet verplicht was de aanvraag af te wijzen omdat appellant 34 jaar was. Er waren geen zodanig bijzondere omstandigheden die een onbillijkheid van overwegende aard vormden om van de hardheidsclausule gebruik te maken.
De Raad bevestigde dat de nieuwe regeling alleen een lening mogelijk maakt en geen volledige studiefinanciering, en dat deze regeling niet vervroegd toegepast kan worden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van studiefinanciering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens van 30 jaar en wijst het beroep op de hardheidsclausule af.