ECLI:NL:CRVB:2017:1063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarschuwing wegens verzwijging afkoopsom pensioen zonder benadeling
Appellant ontvangt sinds 1993 bijstand en kreeg in 2015 een afkoopsom van zijn pensioenfonds. Hij meldde deze afkoopsom niet aan het college, wat een schending van zijn inlichtingenverplichting opleverde. Het college stelde het vermogen opnieuw vast en gaf appellant een waarschuwing, omdat er geen sprake was van benadeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij de afkoopsom niet hoefde te melden omdat het vrij te laten vermogen niet werd overschreden en dat artikel 17 PW Pro geen grondslag biedt voor het melden van elke vermogensmutatie.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak het vermogen na ontvangst van vermogensbestanddelen opnieuw moet worden vastgesteld, ook als het totaal onder de vermogensgrens blijft. Onbekendheid met de meldingsplicht is onvoldoende om verwijtbaarheid te ontkennen. De waarschuwing was daarom terecht en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De waarschuwing wegens het niet melden van de afkoopsom pensioen wordt bevestigd.