ECLI:NL:CRVB:2010:BM5530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van de WWB, waarbij hun vermogen werd vastgesteld met een negatieve aanvangswaarde en een ruimte voor vermogensaanwas. Na kwijtschelding van schulden en omzetting van een lening in een bedrag om niet, werd hun vermogen geacht de geldende vermogensgrens te overschrijden, waardoor bijstand intrekking en terugvordering volgde.
De rechtbank had het besluit van intrekking en terugvordering vernietigd omdat zij rekening hield met het bezit van een auto die volgens de rechtbank niet meer tot het vermogen behoorde. De appellant voerde in hoger beroep aan dat tijdens de bijstandsperiode slechts eenmaal recht bestaat op vrij te laten vermogen en dat de verkoop van de auto geen aanleiding geeft tot wijziging van de ruimte voor vermogensaanwas.
De Raad bevestigt dat de systematiek van artikel 34 WWB Pro geldt waarbij slechts eenmaal een bedrag ter hoogte van de vermogensgrens wordt vrijgelaten. De Raad oordeelt dat appellant terecht is uitgegaan van de ruimte voor vermogensaanwas en dat de vermeende onjuiste vermogensvaststelling met betrekking tot de auto niet relevant is omdat het aanvangsvermogen toch al negatief was.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.