ECLI:NL:CRVB:2017:1085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onjuiste medische grondslag bij weigering WIA-uitkering
Appellante was sinds 22 oktober 2009 arbeidsongeschikt vanwege rug- en gewrichtsklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
In bezwaar en beroep werd een allergiebeperking toegevoegd, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank bevestigde het UWV-besluit en vond het medisch onderzoek zorgvuldig. Appellante betwistte dit en vroeg een psychiatrisch oordeel van dr. Kazemier, die concludeerde dat haar beperkingen groter waren dan in de FML vermeld.
De Raad vroeg Kazemier om verduidelijking, die bevestigde dat appellante door een hoog spanningsniveau en vermoeidheid sterk beperkt is, met concentratieproblemen en een maximale belastbaarheid van 6 uur per dag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bleef bij het eerdere standpunt.
De Raad acht het rapport van Kazemier zorgvuldig en overtuigend en concludeert dat het UWV de medische beperkingen heeft onderschat. Daarom beveelt de Raad het UWV aan de FML aan te passen en de functies opnieuw te beoordelen om het gebrek te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de FML aan te passen en de functies opnieuw te beoordelen wegens onderschatting van de medische beperkingen van appellante.