ECLI:NL:CRVB:2017:1105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet wonen op opgegeven adres
Appellante diende een aanvraag om bijstand in waarbij zij aangaf te wonen op een bepaald adres en per 1 april 2014 te gaan inwonen bij een derde op een ander adres. Het college wees de aanvraag af omdat appellante niet had doorgegeven dat haar hoofdverblijf al bij het tweede adres was. De rechtbank vernietigde dit besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de relevante periode haar hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Verklaringen van betrokkenen ondersteunen het standpunt van het college dat appellante voornamelijk woonde bij de derde op het tweede adres.
De Raad stelt dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan en dat nader onderzoek niet nodig was gezien de bewijslastverdeling. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonde op het opgegeven adres.