ECLI:NL:CRVB:2017:1109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering na opschorting en niet-naleving oproepen
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Na een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand brachten handhavingsmedewerkers een bezoek aan het opgegeven adres, waarop geen gehoor werd gegeven. Vervolgens werden meerdere oproepen voor gesprekken gedeponeerd in de brievenbus van het uitkeringsadres, waarop appellante niet is verschenen.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam besloot daarop de bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte in de hoofdzaak had beslist zonder dat appellante haar gronden had kunnen indienen, waardoor de uitspraak werd vernietigd. Inhoudelijk oordeelde de Raad dat het college terecht mocht aannemen dat de post haar tijdig had bereikt en dat het college niet onzorgvuldig had gehandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de intrekking van bijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd wegens procedurele fouten.