ECLI:NL:CRVB:2017:1134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante was werkzaam als boekhouder en meldde zich ziek met hoofdpijn- en psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde het UWV vast dat zij met passend werk meer dan 65% van haar loon kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er wel degelijk sprake was van ernstige stoornissen en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar klachten. Zij overlegde aanvullende medische informatie van haar neuroloog.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de beperkingen van appellante adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De aanvullende medische informatie bracht geen wijziging in de beoordeling. Ook de arbeidskundige onderbouwing van het UWV was toereikend. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.