ECLI:NL:CRVB:2017:1153
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet aannemelijk verzuim bij griffierechtbetaling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd door de Centrale Raad van Beroep op 11 oktober 2016 niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. De Raad oordeelde destijds dat appellant in verzuim was.
Appellant stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij niet in verzuim was geweest. Na beoordeling van het verzetschrift is de Raad van oordeel dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in verzuim was bij de betaling van het griffierecht.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard.