ECLI:NL:CRVB:2017:1171
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend financieel belang
Verzoeker, geboren in 1937, ontvangt een gedeeltelijk ouderdomspensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). De Sociale Verzekeringsbank heeft bij besluit van 22 september 2016 de kostendelersnorm toegepast, waardoor de AIO-aanvulling van verzoeker per 1 december 2016 werd verlaagd omdat hij met zijn volwassen dochter samenwoont die niet langer student is.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht tevens om schorsing van de kostendelersnorm via een voorlopige voorziening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een voorlopige voorziening slechts kan worden toegekend indien onverwijlde spoed bestaat, gelet op de betrokken belangen. Uit de financiële specificatie blijkt dat verzoeker voldoende middelen heeft om in zijn elementaire kosten te voorzien, zonder dat sprake is van dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen.
Daarom ontbreekt het aan een spoedeisend belang en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend financieel belang.