ECLI:NL:CRVB:2017:1217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als cateringmedewerkster, viel in 2007 uit met depressieve klachten en kreeg in 2010 een WGA-uitkering toegekend met 100% arbeidsongeschiktheid. Medio 2014 vond een herbeoordeling plaats op verzoek van de werkgever, waarna het UWV de uitkering introk omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellante maakte bezwaar met medische en arbeidskundige argumenten, waaronder beperkingen door een carpaal tunnelsyndroom en psychische klachten, en betwistte de passendheid van een bepaalde functie. Het UWV handhaafde het besluit na aanvullend onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellante onvoldoende onderbouwde dat haar beperkingen werden onderschat. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, wijzend op de medische gegevens en de functionele mogelijkhedenlijst. Ook de stelling over blijvende schade aan de linker ringvinger werd niet als voldoende zwaarwegend beoordeeld.
De Raad ziet geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.