ECLI:NL:CRVB:2017:1226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek per 6 augustus 2013 met psychische klachten en hepatitis C. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid en weigerde ziekengeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door zijn ziekte en klachten arbeidsongeschikt was, onderbouwd met een medisch certificaat uit Georgië en huisartsinformatie.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de rapportage inzichtelijk was. De bedrijfsarts en verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerden dat appellant ondanks zijn klachten niet arbeidsongeschikt was voor zijn functie als productiemedewerker, die mentaal niet zwaar belastend is. Het verzoek tot verplaatsing van de hoorzitting werd afgewezen omdat dit niet tijdig en gemotiveerd was aangevraagd.
De Raad vond de argumenten van appellant onvoldoende om het standpunt van de verzekeringsarts te weerleggen. De klachten en medicatie in het medische certificaat boden geen aanknopingspunten voor arbeidsongeschiktheid in de periode. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld bevestigd.