Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker was tot september 2014 zelfstandig ondernemer en meldde zich in februari 2016 voor bijstand. Hij verklaarde onderhouden te zijn door familieleden, die verklaringen overlegden over geleende bedragen. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van bijstandbehoevende omstandigheden en kondigde een mogelijke bijstandsverlaging aan bij toekomstige bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie tussen bedrijfsbeëindiging en aanvraag, ondanks verklaringen van familie en bankafschriften.
Ook werd geoordeeld dat de aangekondigde bijstandsverlaging geen besluit in de zin van de Awb is en het bezwaar daarom niet-ontvankelijk was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestond en de hoofdzaak reeds kon worden beslist.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in bestaansmiddelen; het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.