ECLI:NL:CRVB:2015:3931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste feitelijke grondslag en herbeoordeling door college
Appellante diende op 9 december 2013 een aanvraag in voor bijstand, die door het college werd afgewezen omdat zij niet op het opgegeven adres woonde. Na vernietiging van dit besluit door de voorzieningenrechter, wees het college de aanvraag opnieuw af, nu op grond van onvoldoende aannemelijkheid van haar levensonderhoud vanaf januari 2013.
Appellante stelde dat zij sinds het einde van haar ziektewetuitkering geen inkomsten had behalve kinderbijslag en giften en leningen van familie en vrienden, en dat zij kost en inwoning had bij de ouders van een vriend. Het college accepteerde haar hoofdverblijf maar betwijfelde de verklaring over haar inkomsten en bracht diverse ontvangsten van derden in mindering op de bijstand.
De Raad oordeelde dat appellante voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde in de periode van 9 december 2013 tot 27 februari 2014. Het college had ten onrechte geweigerd bijstand toe te kennen. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en droeg het college op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met correcte toeslagen en verrekening van ontvangsten. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.