ECLI:NL:CRVB:2017:1325

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 april 2017
Publicatiedatum
6 april 2017
Zaaknummer
16/2523 PW-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak proceskostenvergoeding in sociale zekerheidszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 4 april 2017 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 6 december 2016. De rectificatie betreft een kennelijke fout in de toekenning van de proceskostenvergoeding aan appellante, waarbij een vergoeding voor verstrekte schriftelijke inlichtingen ten onrechte niet was toegekend.

Namens appellante is verzocht de proceskostenvergoeding met 1,5 punt te verhogen, waarbij de Raad aanleiding zag het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven in de gelegenheid te stellen zich hierover schriftelijk uit te laten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

De Raad heeft vastgesteld dat de proceskostenvergoeding voor de verleende rechtsbijstand dient te worden verhoogd van € 2.480,- naar € 2.728,-. De uitspraak van 6 december 2016 is dienovereenkomstig aangepast, waarbij de proceskostenveroordeling in de beslissing is gewijzigd. Een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak is toegevoegd en zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

Uitkomst: De proceskostenvergoeding aan appellante wordt verhoogd van € 2.480,- naar € 2.728,- wegens verstrekte schriftelijke inlichtingen.

Uitspraak

16/2523 PW-R
Datum uitspraak: 4 april 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 6 december 2016, 16/2523 PW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft P.C.J. Schut schriftelijk laten weten dat de uitspraak van de Raad van 6 december 2016 een kennelijke fout bevat.
Daarbij heeft Schut de Raad verzocht de uitspraak te verbeteren. Het verzoek ziet op het niet toekennen van een proceskostenvergoeding voor op verzoek van de Raad verstrekte schriftelijke inlichtingen en het niet toekennen voor een vergoeding voor gemaakte kosten in bezwaar, gelegen in het verschijnen van de gemachtigde bij de hoorzitting. Appellante heeft verzocht 1,5 punt meer aan proceskostenvergoeding toe te kennen.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien het college in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak in die zin dat een proceskostenvergoeding (0,5 punt) wordt toegekend voor verstrekte schriftelijke inlichtingen. De Raad heeft hierbij meegedeeld voor het overige geen aanleiding te zien tot verbetering van zijn uitspraak over te gaan.
Het college heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

OVERWEGINGEN

1. De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 6 december 2016 ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend voor verstrekte schriftelijke inlichtingen, waardoor het college is veroordeeld in de kosten van appellante voor verleende rechtsbijstand tot een bedrag van € 2.480,- in plaats van tot een bedrag van € 2.728,-.
2. De Raad wijzigt de uitspraak van 6 december 2016 als volgt.
- pagina 4, overweging 5, 2e volzin, wordt gewijzigd in:
“Deze kosten worden begroot op € 496,- (1 punt) in bezwaar, € 992,-
(2 punten) in beroep en op € 1.240,- (2,5 punt) in hoger beroep, dus in totaal op € 2.728,-.”
- de proceskostenveroordeling in de beslissing wordt gewijzigd in:
“- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.728,-;”.
3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 6 december 2016, 16/2523 PW, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door M. Hillen, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 april 2017.
(getekend) M. Hillen
(getekend) C.A.E. Bon

HD