ECLI:NL:CRVB:2017:1344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.T. van den Corput
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking persoonlijke toelagen politie wegens uniformering
Appellanten, politieambtenaren met persoonlijke toelagen toegekend op basis van functiewisselingen binnen voormalige regionale politiekorpsen, voerden aan dat hun toelagen niet ingetrokken mochten worden omdat deze waren toegekend wegens goed functioneren op grond van artikel 16 Bbp Pro. De korpschef had echter de toelagen ingetrokken in het kader van de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) en de uniformering van rechtspositionele regelingen.
De rechtbank had de beroepen tegen de intrekking ongegrond verklaard en oordeelde dat de intrekking gerechtvaardigd was door bijzondere omstandigheden, namelijk de reorganisatie en uniformering van de politie. De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de toelagen niet op grond van artikel 16 of Pro 21 Bbp waren toegekend, maar berustten op buitenwettelijk begunstigend beleid binnen de voormalige regio.
De Raad acht de uniformering een bijzondere omstandigheid die intrekking rechtvaardigt, mede omdat de regeling is vastgesteld in overleg met politievakorganisaties. De korpschef mocht het belang van uniformering zwaarder laten wegen dan het belang van appellanten bij het behoud van hun toelage en heeft een ruime afbouwregeling van vijf jaar getroffen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat appellanten niet in gelijke gevallen verkeren met collega’s die hun toelage op grond van artikel 16 Bbp Pro behouden. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraken en wijst de hoger beroepen af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de persoonlijke toelagen en wijst het hoger beroep af.