ECLI:NL:CRVB:2017:1345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig timmerman, meldde zich ziek met schouderklachten en later draaiduizeligheid. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Appellant verzocht om herbeoordeling op basis van nieuwe medische informatie over een vestibulair functieverlies.
Het UWV handhaafde het besluit na medisch onderzoek en dossierbeoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische beoordeling juist was en de beperkingen niet waren toegenomen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV de ernst van zijn beperkingen had onderschat, onder verwijzing naar aanvullende medische rapporten. De Raad concludeerde echter dat het medisch oordeel van het UWV juist was, mede omdat de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel op de datum in geding.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.