ECLI:NL:CRVB:2017:135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering op basis van huisbezoek en bewoningsonderzoek
Appellant kreeg studiefinanciering toegekend als uitwonende student, maar de minister herzag dit besluit en kwalificeerde hem als thuiswonend, met terugvordering van te veel ontvangen bedragen. Dit was gebaseerd op een huisbezoek waarbij weinig persoonlijke spullen van appellant werden aangetroffen en verklaringen van de hoofdbewoner en diens zoon.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat het huisbezoek zorgvuldig was uitgevoerd en voldoende feitelijke grondslag bood voor de herziening. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de hoofdbewoner verward was en dat het onderzoek niet grondig was, en overhandigde verklaringen van familie en klasgenoten ter ondersteuning van zijn bewoning.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen wezenlijk nieuwe feiten had ingebracht en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister mocht afgaan op het huisbezoekrapport en de verklaringen van de hoofdbewoner. Ook de stelling dat meer persoonlijke spullen aanwezig waren, werd niet aannemelijk geacht. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van studiefinanciering en wijst het hoger beroep af.