Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopmedewerkster, vroeg op 3 september 2014 een WIA-uitkering aan na uitval wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde bij besluit van 15 oktober 2014 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een uitkering. In bezwaar en beroep voerde appellante aan dat haar psychische en lichamelijke klachten waren onderschat, met verwijzing naar medische rapporten en een behandelplan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen. Ook de geschiktheid van de voor appellante geselecteerde functies werd bevestigd.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en bracht aanvullende medische informatie in. De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het bestreden besluit op een toereikende medische grondslag berust en dat de verzekeringsartsen de beperkingen overtuigend hebben gemotiveerd. Er was geen medische indicatie voor verdere beperkingen of urenbeperking. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.