ECLI:NL:CRVB:2017:1376
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellante had verzocht om vrijstelling van betaling, maar heeft niet binnen de gestelde termijn de benodigde stukken ingediend.
Zij stelde in verzet dat zij op tijd stukken had toegezonden via een portvrije antwoordenveloppe, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat het risico van niet-aangetekende verzending bij appellante lag en dat het gebruik van een antwoordenveloppe dit niet verandert. Ook reageerde zij niet op brieven waarin haar verzoek werd afgewezen en op betalingsherinneringen.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.