Uitspraak
21 september 2015, 15/1640 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
,het Resultaat functiebeoordeling en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig medewerker groenvoorziening, meldde zich ziek met rug- en nekklachten en vroeg een Ziektewetuitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering na een eerstejaarsbeoordeling en een arbeidsdeskundig onderzoek waarin werd vastgesteld dat appellant geschikt is voor functies waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit en leverde aanvullende medische informatie aan, waaronder een CT-verslag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep voerde een aanvullend onderzoek uit, inclusief lichamelijk onderzoek en overleg met een behandelend psychologe, en concludeerde dat de klachten deels psychosomatisch zijn en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst adequaat zijn vastgesteld.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en vond het medisch onderzoek zorgvuldig, zonder aanleiding tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, verwijzend naar de medische rapporten en arbeidsdeskundige beoordelingen. Er werd geen reden gezien voor benoeming van een deskundige.
De Raad concludeerde dat appellant medisch geschikt is voor de geselecteerde functies en dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant medisch geschikt is voor functies waarmee hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.